Sta eens stil bij de volgende casus:
Een intern begeleider heeft opgemerkt dat een van de leerlingen, Arjun, moeite heeft om zich te concentreren en bespreekt dit met zijn moeder. De IB’er legt uit dat het mogelijk is om extra begeleiding in te schakelen voor Arjun en vraagt de moeder of zij dat een goed idee vindt. De moeder van Arjun lacht beleefd en schudt lichtjes haar hoofd. “Nee, dat hoeft niet, dank u.”
Was dit wel echt een “nee”? In veel culturen is het gebruikelijk om een aanbod eerst een aantal keer af te slaan, of om af te gaan op de veronderstelde expertise van de ander. Professionals die deze vorm van beleefdheid en respect voor autoriteit niet herkennen, kunnen onbedoeld hulp onthouden aan wie het wel nodig hebben. Hoe zorg je als onderwijsprofessional voor cultuursensitieve communicatie? In deze blog lees je hoe je misverstanden voorkomt en beter aansluit bij diverse achtergronden.
Bescheidenheid
Interculturele communicatie is uitdagend, omdat veel factoren niet alleen beïnvloeden wat je hoort en ziet, maar vooral wat je níét hoort en ziet. Dat speelt ook een rol in de casus van Arjun.
Een van die factoren is bescheidenheid. Misschien heb je in een vorige blog gelezen over het verschil tussen collectivistische en individualistische culturen. In individualistische culturen ligt de nadruk vaak op het ik-perspectief: mensen richten zich op persoonlijke prestaties en individuele resultaten. In collectivistische culturen draait het juist om het wij-perspectief, met loyaliteit en gezamenlijke vooruitgang als belangrijke waarden.
Bescheidenheid speelt hierin een grote rol. In collectivistische culturen wordt het als onbescheiden gezien om direct “ja” te zeggen op een aanbod. Uit beleefdheid wijst men een voorstel daarom vaak eerst af, zelfs als er eigenlijk wel interesse is.
Ook bij verschillen in communicatiestijl tussen dit soort culturen speelt bescheidenheid mee. In individualistische culturen, bijvoorbeeld in de Nederlandse cultuur, is het normaal om meteen en duidelijk te zeggen wat je ergens van vindt. In collectivistische culturen is communicatie vaak indirecter, men wil niet “gretig” overkomen op de ander. Dit kan invloed hebben op hoe iemand, zoals de moeder van Arjun, reageert op een aanbod of vraag. Voorbeelden van culturen waarbij een aanbod uit bescheidenheid wordt afgeslagen, zijn onder andere de Turkse, Indiase, Japanse of Chinese cultuur.
Respect voor autoriteit
Daarbij komt nog dat mensen belangrijke beslissingen vaak overlaten aan een autoriteitsfiguur. Ouders vertrouwen erop dat de leerkracht, IB’er of andere ondersteuner weet wat het beste is. Daarom kan het verwarrend zijn als hen wordt gevraagd wat volgens hen de beste keus is. Zo’n uitnodiging tot inspraak kan zelfs twijfel oproepen: weet de ander eigenlijk wel wat hij of zij doet? Wat bedoeld is als een teken van betrokkenheid, kan juist onzekerheid of ongemak veroorzaken. Dit kan ertoe leiden dat ouders of leerlingen een aanbod voor hulp afslaan of moeite hebben met het maken van een keuze.
Communicatiestijlen
Hoewel culturen waarin men hulp in eerste instantie afslaat vaak samengaan met een indirecte communicatiestijl, zijn ouders en leerlingen met die achtergrond soms juist gewend aan een directieve benadering van een autoriteitsfiguur. In sommige culturen wordt van een leerkracht, begeleider of andere persoon met gezag verwacht dat deze duidelijke beslissingen neemt en de beste optie aandraagt, zonder dat daar veel discussie over nodig is. Dat is zijn of haar rol. Een directieve aanpak kan in zulke gevallen juist als geruststellend worden ervaren. De ouder of leerling voelt zich dan niet verplicht om een keuze te maken of een mening te vormen over iets waar de professional meer kennis van heeft. Dit versterkt het vertrouwen in de deskundigheid van de ander en voorkomt onzekerheid over welke keuze ‘de juiste’ zou zijn.
In sommige culturen wordt een docent of onderwijsprofessional gezien als medeopvoeder, iemand die een actieve rol speelt in de opvoeding en ontwikkeling van het kind. Dit betekent dat ouders ervan uitgaan dat de school niet alleen verantwoordelijk is voor het onderwijs, maar ook voor beslissingen over zaken zoals extra begeleiding of ondersteuning. Het is daarom niet gebruikelijk om ouders uit te nodigen voor een gesprek over verschillende begeleidingsmogelijkheden, omdat zij ervan uitgaan dat de school hierin de juiste keuze maakt. Laat staan dat het kind zelf om inspraak wordt gevraagd; in veel gevallen wordt verwacht dat kinderen respectvol volgen wat de volwassenen – zowel ouders als docenten – voor hen beslissen. Dit kan leiden tot verwarring of aarzeling wanneer een school in Nederland juist wél om de mening van ouders en leerlingen vraagt.
Aanpak
Uit de casus van Arjun blijkt wel dat er gemakkelijk misverstanden kunnen ontstaan over wat “ja” of “nee” nu precies betekent. Culturele verschillen in communicatiestijl en verwachtingen kunnen ervoor zorgen dat ouders en onderwijsprofessionals elkaar niet altijd goed begrijpen, wat invloed kan hebben op de samenwerking rondom de begeleiding van een kind. Hoe kun je hier als onderwijsprofessional op inspelen? Hoe kun je ervoor zorgen dat je signalen juist interpreteert en dat ouders zich gehoord en begrepen voelen? En hoe leg je ouders op een toegankelijke manier uit wat het concept “hoorrecht” inhoudt, zodat zij én hun kind zich betrokken voelen bij het besluitvormingsproces? Dat leggen we je graag uit in een volgende blog.