Als docent in het voortgezet onderwijs is het belangrijk om leerlingen vanuit verschillende culturen te begrijpen en te kunnen ondersteunen. Dit kan een uitdaging zijn wanneer je eigen (culturele) waarden en normen botsen met die van je leerling. Het vertolken van culturen in de klas vraagt om bewustzijn en flexibiliteit.
Bij Cultuurtolk werken we met vijf dimensies van cultuurvertolking die jou kunnen helpen om culturele verschillen te herkennen en vervolgens effectiever te handelen en te communiceren. In deze blog bespreken we die dimensies en geven we voorbeelden van hoe ze kunnen leiden tot misverstanden tussen docenten en leerlingen, en hoe je cultuursensitief met deze verschillen kunt leren omgaan.
Cultuurdimensie 1: Taalvorm
Taalvormen omvatten de diverse manieren waarop taal wordt gebruikt en uitgedrukt binnen verschillende culturen. Het gaat niet alleen om het overbrengen van informatie, maar ook om expressie en culturele identiteit. Dit omvat een scala aan expressieve taalpraktijken, zoals verbaal en non-verbaal gedrag, spreekstijlen, woordkeuze, metaforen en lichaamstaal.
In Nederland waarderen we directe communicatie: je zegt precies wat je bedoelt. In andere culturen, wordt vaak indirecte communicatie gebruikt om confrontatie te vermijden en beleefdheid te tonen.
Wanneer een leerling niet reageert zoals je had verwacht, of zijn boodschap onduidelijk is, kan het helpen om na te gaan of de leerling gewend is aan directe of indirecte communicatie. Vraag jezelf af of de leerling zich wellicht gematigd of voorzichtig uitdrukt, uit angst om iemand te beledigen of zichzelf te kwetsbaar op te stellen. Je kunt vragen stellen als: “Kun je wat meer uitleggen?” of “Wat bedoel je precies met…?” Dit geeft de leerling ruimte om zich duidelijker te uiten zonder zich onder druk gezet te voelen.
Cultuurdimensie 2: Gemeenschapsoriëntatie
Gemeenschapsoriëntatie verwijst naar de mate waarin een cultuur collectieve belangen boven individuele behoeften plaatst. Het omvat de nadruk op samenwerking, solidariteit en harmonie binnen de gemeenschap. Culturen met een sterke gemeenschapsoriëntatie hechten waarde aan sociale cohesie, wederzijdse steun en het behoud van traditionele normen en waarden.
In Nederland daarentegen ligt de nadruk meer op het individu en persoonlijke ontwikkeling. Voor een leerling uit een cultuur waar collectivisme de norm is, kan het moeilijk zijn om openlijk zijn mening te geven of te kiezen voor zijn eigen pad wanneer dit in strijd is met de verwachtingen van wat hij ziet als zijn “gemeenschap”. Als docent is het daarom nuttig om te reflecteren: Ziet deze leerling zichzelf in dit specifieke geval als een individu of als onderdeel van een groter systeem? Bijvoorbeeld zijn vriendengroep, zijn familie, of zijn land? Welke verwachtingen heeft deze leerling (of zijn ouders) van een systeem als school, hulpverlening, etcetera.
Cultuurdimensie 3: Conventies
Conventies gaan over gedragsnormen en sociale verwachtingen die bepalen hoe mensen zich tot elkaar verhouden, communiceren en zich gedragen in sociale contexten. Dit kan variëren van formele tot informele interacties, van hiërarchische tot egalitaire relaties, en van directe tot indirecte communicatiestijlen. Het begrip van deze interpersoonlijke “ongeschreven regels” is essentieel voor het begrijpen van en navigeren tussen culturele verschillen in sociale interacties en relaties.
Wanneer een leerling gedrag vertoont dat je als onbeleefd of ongepast ervaart, probeer dan te begrijpen wat de conventies in zijn cultuur zijn. Leerlingen uit verschillende culturen kunnen bijvoorbeeld terughoudend zijn over onderwerpen die in hun cultuur als taboe worden beschouwd, zoals seksualiteit, religie, of mentale gezondheid. “Daar praat je niet over”. Een leerling met een Arabische of Afrikaanse achtergrond bijvoorbeeld kan moeite hebben om mee te doen aan lessen over relaties, voortplanting of lichaamseducatie. Als een leraar zich niet bewust is van deze gevoeligheden, kan de leerling als ongeïnteresseerd of rebels worden gezien, terwijl de terughoudendheid voortkomt uit culturele conventies.
Cultuurdimensie 4: Identiteit en identiteitsclassificatie
Identificatieclassificatie omvat de verschillende schema’s en methoden die culturen gebruiken om individuen te identificeren en te classificeren, inclusief familienamen, geboorteplaatsen, numerieke identificatienummers etc. In Nederland en veel westerse landen wordt dit vaak gedaan aan de hand van gestandaardiseerde systemen, zoals numerieke identificatienummers (bijvoorbeeld het BSN-nummer). In Nederland is dit de meest gangbare manier om je te identificeren; wie je bent, wordt vaak gekoppeld aan je familienaam, geboortedatum, adres, of een nummer dat je identiteit vastlegt.
In veel Afrikaanse culturen, zoals die in Zuid-Afrika, speelt het concept van Ubuntu een centrale rol in identiteitsvorming. Ubuntu betekent “Ik ben omdat wij zijn” en benadrukt de collectieve identiteit boven de individuele. Hierin wordt de vraag “Wie ben je?” uitgebreid tot “Wie zijn wij?” In plaats van alleen maar te kijken naar de individuele kenmerken van een persoon, draait het bij Ubuntu om de gemeenschap en de relaties tussen mensen. Het idee is dat een individu zijn of haar identiteit ontleent aan de verbindingen met anderen.
Een leerling kan bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor de zorg voor jongere broers en zussen of andere familieleden, en deze rol kan een belangrijk deel van hun identiteit vormen. Als een leraar deze verantwoordelijkheid niet erkent of er niet vanaf weet, kan dit leiden tot misverstanden, zoals het idee dat de leerling zijn of haar schoolwerk niet serieus neemt, terwijl de leerling in werkelijkheid gebonden is aan familieverplichtingen.
Cultuurdimensie 5: Tijdsperspectief
Deze dimensie benadrukt de diverse perspectieven van culturen op tijd als een concept, inclusief hoe het wordt gemeten, ervaren en gewaardeerd, het belang ervan, en hoe het moet worden gebruikt. Dit is van invloed op sociale normen, rituelen en dagelijkse routines.
In Nederland wordt tijd vaak gezien als iets dat efficiënt gemanaged moet worden; afspraken zijn strak en nauwkeurig. In veel niet-westerse culturen, heeft tijd een meer flexibele betekenis: “Tijd rent niet weg” “Het gebeurt wanneer het gebeurt”. Dit kan leiden tot misverstanden over deadlines of aanwezigheid in de klas, wanneer deadlines of afspraken meer gezien worden als een richtlijn dan een harde grens. Het is belangrijk om als docent te begrijpen hoe een leerling (of zijn ouder/verzorger) tijd ziet en om te zorgen dat je dezelfde verwachtingen deelt.
Als je merkt dat dit bij enkele van je leerlingen een uitdaging is, kun je ervoor kiezen om Timemanagement onderdeel te maken van je lesprogramma zodat je leerlingen helpt leren werken met een agenda, prioriteiten begrijpen en effectief om te gaan met deadlines.
Vanzelfsprekende verwachtingen
Cultuurvertolking in de klas vraagt om bewustzijn van wat we “vanzelfsprekende verwachtingen” noemen. Dit zijn verwachtingen die voortkomen uit je eigen culturele achtergrond en waarden, en die je vaak onbewust toepast in je dagelijkse communicatie en interactie. Door deze vanzelfsprekende verwachtingen expliciet te maken, ruimte te geven aan andere perspectieven en open te communiceren, kunnen je als docent beter inspelen op de diversiteit in onze klaslokalen en een omgeving creëren waarin alle leerlingen zich begrepen en gerespecteerd voelen.
De trainingen van Cultuurtolk bieden jou de tools en inzichten om “vanzelfsprekende verwachtingen” te herkennen en te vertalen naar een cultuursensitieve benadering in de klas. Zo leer je met praktische voorbeelden en methoden om effectiever te communiceren en betere relaties op te bouwen met leerlingen van verschillende culturele achtergronden.