February 14

IQ-test past niet bij niet-westerse kinderen: Hoe gebruikelijke IQ-testen een verkeerd beeld kunnen schetsen

0  comments

De meeste kinderen worden niet op hun IQ getest. Voor hen volstaan de reguliere schoolse toetsen en voortgangstoetsen. Vaak wordt een IQ-test ingezet als men twijfelt of het kind een andere vorm van onderwijs nodig heeft. Is het kind bijvoorbeeld hoogbegaafd en heeft het meer uitdaging nodig? Of komt het niet mee in de klas en overweegt men speciaal onderwijs?
Zo’n test heeft dus grote invloed op het al dan niet passende onderwijs dat een kind krijgt. Hier gaat het nogal eens mis bij kinderen uit niet-westerse culturen.

De IQ-test werd al in de negentiende eeuw ontwikkeld door de Franse psycholoog Alfred Binet. Daarna werd de test steeds verder ontwikkeld door westerse onderzoekers. Daar zit de crux, want deze deskundigen kijken vanuit een westers referentiekader naar de testen. Daardoor sluiten de testen onvoldoende aan bij het referentiekader van kinderen uit niet-westerse culturen. Dat heeft tot gevolg dat deze kinderen vaak geen passend onderwijs ontvangen.

Tegenwoordig wordt een kind met een IQ tussen de 90 en 110 gezien als “normaal”. Maar dat normaal is een Westers normaal. Deskundigen gaan uit van westerse kinderen, die bekend zijn met een westers onderwijssysteem in een westerse cultuur. Die zijn niet representatief voor kinderen uit niet-westerse culturen. Hierdoor worden deze kinderen mogelijk als verstandelijk beperkt gezien. Zo komen ze op een plek terecht waar zij niet worden uitgedaagd op hun werkelijke niveau en dit werkt demotiverend. Hierdoor gaat talent verloren.

Veel niet-westerse landen hebben een heel ander onderwijssysteem dan het Nederlandse. Denk alleen al aan de taal die we hier op school gebruiken. In Nederland hebben we voor veel kleuren namen. Natuurlijk zijn er de primaire kleuren, maar we gebruiken ook kleuren als beige, roze en grijs. Niet in alle talen bestaan die kleuren. Het kan dus zijn dat kinderen uit niet-westerse landen deze namen niet kennen en daardoor falen bij IQ-testen waar kleurherkenning en kleurgeheugen wordt getest. Dat zegt niets over het IQ. Datzelfde geldt voor puzzels en diagrammen, een fenomeen dat lang niet altijd bekend is in het onderwijs in bepaalde niet-westerse landen.

Een ander voorbeeld: ruimtelijk inzicht is vaak een onderdeel van de IQ-test. Hoe men met ruimte omgaat, is deels cultuurgebonden. Hoewel schilders hun eigen stijl kiezen en allerlei verschillende technieken kunnen gebruiken, wordt de (klassieke) westerse schilderkunst van oudsher gekenmerkt door een lijnperspectief. Op schilderijen met zo’n perspectief wordt diepte gecreëerd door lijnen die naar een verdwijnpunt op de horizon lopen. “De Aardappeleters” van Van Gogh is hier een mooi voorbeeld van. De figuren op dit schilderij staan in verhouding met elkaar en het dieptepunt op de horizon. Het oog van de kijker wordt als het ware naar het midden getrokken, waardoor je diepte in het schilderij kunt zien. In andere culturen, zoals de Japanse of Chinese, wordt ruimte juist weergegeven door een atmosferisch perspectief. Dit soort kunstwerken zijn opgebouwd in steeds vagere “lagen”. Denk aan een prachtig schilderij van een bergketen, waarbij elke volgende berg wat minder helder is afgebeeld. De manier van diepte creëren verschilt dus, hoewel het doel van de kunstenaars hetzelfde is. Door dit soort verschillen kan het zijn dat kinderen uit een niet-westers land anders met opdrachten rondom ruimtelijk inzicht omgaan dan westerse kinderen.

Dit zijn maar een paar voorbeelden van elementen die afwijken van de westerse blik. Er zijn veel meer verschillen te noemen, zoals:

  • abstract analytisch redeneren (dit is niet per se gebruikelijk op niet-westerse scholen);
  • verbale intelligentie (een nieuwkomer die de taal van het nieuwe land nog niet goed beheerst, is moeilijk te testen op verbale intelligentie);
  • probleemoplossend vermogen (in niet-westerse systemen worden problemen soms meer praktisch of contextueel benaderd, in plaats van theoretisch of hypothetisch);
  • creatief denken (in niet-westerse culturen kan conformiteit en traditioneel denken juist meer worden gewaardeerd dan individualistische of creatieve uitingen);
  • snelheid en efficiëntie (op niet-westerse scholen ligt de nadruk meer op nauwkeurigheid dan op snelheid).

Westerse IQ-testen geven dus geen reëel beeld van de intelligentie van kinderen uit niet-westerse culturen. Meer hierover en hoe het anders kan, vertellen we je graag in een volgende blog.


Misschien vind je deze artikelen ook leuk...

Wilt u hulp – ja of nee?

Wilt u hulp – ja of nee?
Plaats een comment

Your email address will not be published. Required fields are marked

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}